Antidepressiva: hoe ze werken, bijwerkingen en veelgestelde vragen
Wetenschappelijk

Antidepressiva: hoe ze werken, bijwerkingen en veelgestelde vragen

R
Redactie Geestelijke Gezondheid
· 6 min leestijd

Wat zijn antidepressiva eigenlijk?

Antidepressiva werking bijwerkingen - Wat zijn antidepressiva eigenlijk?
Wat zijn antidepressiva eigenlijk?

Als je huisarts of psychiater antidepressiva voorstelt, kan dat best overweldigend voelen. Misschien heb je er al veel over gehoord — zowel positief als negatief — en weet je niet goed wat je ervan moet denken. Dat is volkomen begrijpelijk. Antidepressiva zijn medicijnen die de chemische balans in je hersenen beïnvloeden, met als doel je stemming te verbeteren en klachten van depressie te verminderen.

Laten we samen door de feiten lopen, zodat je goed geïnformeerd een beslissing kunt nemen die bij jou past.

Hoe werken antidepressiva in je hersenen?

Antidepressiva werking bijwerkingen - Hoe werken antidepressiva in je hersenen?
Hoe werken antidepressiva in je hersenen?

Je hersenen communiceren via neurotransmitters: chemische boodschappers die signalen doorgeven tussen zenuwcellen. Bij depressie is de balans van bepaalde neurotransmitters — met name serotonine, noradrenaline en dopamine — vaak verstoord. Antidepressiva helpen deze balans te herstellen.

SSRI’s: de meest voorgeschreven groep

Selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI’s) zijn wereldwijd de meest voorgeschreven antidepressiva. Bekende namen zijn fluoxetine (Prozac), sertraline (Zoloft), citalopram en escitalopram. Ze werken door te voorkomen dat serotonine na gebruik weer wordt opgenomen door de zenuwcel die het heeft vrijgegeven. Hierdoor blijft er meer serotonine beschikbaar in de synaptische spleet — de ruimte tussen twee zenuwcellen — waardoor de signaaloverdracht verbetert.

Onderzoek gepubliceerd in The Lancet (Cipriani et al., 2018) analyseerde 522 klinische trials met meer dan 116.000 deelnemers en concludeerde dat alle 21 onderzochte antidepressiva effectiever waren dan een placebo bij de behandeling van depressie bij volwassenen. Dit is een van de meest uitgebreide meta-analyses ooit uitgevoerd op dit gebied.

SNRI’s: dubbele werking

Serotonine-noradrenalineheropnameremmers (SNRI’s), zoals venlafaxine (Efexor) en duloxetine (Cymbalta), remmen de heropname van zowel serotonine als noradrenaline. Dit kan extra effectief zijn bij mensen die naast somberheid ook last hebben van vermoeidheid, concentratieproblemen of chronische pijn.

TCA’s en MAO-remmers

Tricyclische antidepressiva (TCA’s) en monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers) zijn oudere typen die minder vaak worden voorgeschreven vanwege meer bijwerkingen, maar ze kunnen effectief zijn wanneer andere medicijnen onvoldoende werken. Je arts kan deze overwegen als eerdere behandelingen niet het gewenste resultaat hebben gegeven.

Wanneer merk je effect?

Een belangrijk punt om te weten: antidepressiva werken niet van de ene op de andere dag. De meeste mensen merken de eerste verbeteringen pas na twee tot vier weken. Volledige effectiviteit wordt vaak bereikt na zes tot acht weken. Dit kan frustrerend zijn, zeker als je je al langere tijd somber voelt.

Het is heel begrijpelijk als je in die eerste weken twijfelt. Probeer in contact te blijven met je behandelaar, zodat jullie samen kunnen monitoren hoe het gaat. Uit onderzoek van Posternak en Zimmerman (2005) blijkt dat het vroege verloop van de behandeling — de eerste twee weken — al voorspellend kan zijn voor het uiteindelijke resultaat.

Bijwerkingen: wat kun je verwachten?

Zoals bij alle medicijnen kunnen antidepressiva bijwerkingen hebben. Het is belangrijk om te weten dat niet iedereen dezelfde bijwerkingen ervaart, en dat veel bijwerkingen in de eerste weken afnemen naarmate je lichaam went aan het medicijn.

Veelvoorkomende bijwerkingen van SSRI’s

  • Misselijkheid — vooral in de eerste week, vaak mild en voorbijgaand
  • Hoofdpijn — meestal tijdelijk
  • Slaperigheid of juist slapeloosheid — afhankelijk van het middel en het tijdstip van inname
  • Verminderd libido en seksuele bijwerkingen — dit komt helaas relatief vaak voor en kan aanhouden. Bespreek dit met je arts, want er zijn mogelijkheden om hiermee om te gaan
  • Gewichtsverandering — sommige mensen komen aan, anderen niet. Dit verschilt sterk per middel
  • Droge mond — vaker bij TCA’s, maar kan ook bij SSRI’s optreden

Een studie van Cascade, Kalali en Kennedy (2009) in Psychiatry toonde aan dat seksuele bijwerkingen bij ongeveer 40-65% van de gebruikers optreden, maar dat patiënten dit vaak niet spontaan melden. Het is daarom belangrijk dat je je veilig voelt om dit met je behandelaar te bespreken.

Ernstigere bijwerkingen

In zeldzame gevallen kunnen antidepressiva ernstigere bijwerkingen veroorzaken, zoals het serotoninesyndroom (bij te hoge serotoninelevels, vooral bij combinatie van medicijnen), verhoogde bloedingsneiging of, bij jongeren onder de 25, een tijdelijke toename van suïcidale gedachten in het begin van de behandeling. Dit laatste klinkt alarmerend, maar het risico is statistisch klein en wordt zorgvuldig gemonitord door je behandelaar.

Stoppen met antidepressiva: doe het nooit abrupt

Een cruciaal punt: stop nooit zomaar met antidepressiva zonder overleg met je arts. Plotseling stoppen kan onttrekkingsverschijnselen veroorzaken, ook wel het discontinuïtatiesyndroom genoemd. Symptomen kunnen zijn: duizeligheid, griepachtig gevoel, prikkelbaarheid, slapeloosheid en zogenaamde ‘brain zaps’ — een elektrisch tinteling in je hoofd.

De richtlijn is om geleidelijk af te bouwen onder begeleiding, meestal over een periode van weken tot maanden. Onderzoek van Davies en Read (2019) in Addictive Behaviors wees uit dat onttrekkingsverschijnselen vaker voorkomen en ernstiger zijn dan eerder werd aangenomen. Dit onderstreept het belang van een zorgvuldig afbouwschema.

Antidepressiva in combinatie met therapie

De meeste richtlijnen — waaronder die van het NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap) en NICE (National Institute for Health and Care Excellence) — bevelen aan om antidepressiva te combineren met psychotherapie, zoals cognitieve gedragstherapie (CGT). Onderzoek van Cuijpers et al. (2014) laat zien dat de combinatie van medicatie en therapie effectiever is dan elk afzonderlijk, vooral bij matige tot ernstige depressie.

Therapie helpt je om de onderliggende denkpatronen en gedragingen aan te pakken die bijdragen aan je depressie, terwijl medicatie je de ruimte geeft om die veranderingen door te voeren doordat de ergste symptomen worden verlicht.

Zijn antidepressiva verslavend?

Dit is een veelgestelde vraag en het korte antwoord is: nee, antidepressiva zijn niet verslavend in de klassieke zin. Je ontwikkelt geen ‘craving’ of de behoefte om steeds meer te nemen voor hetzelfde effect. Wel kan je lichaam eraan wennen, waardoor je onttrekkingsverschijnselen kunt ervaren bij het stoppen — maar dat is iets anders dan verslaving.

Voor wie zijn antidepressiva geschikt?

Antidepressiva worden doorgaans aanbevolen bij matige tot ernstige depressie. Bij lichte depressie hebben leefstijlaanpassingen, psycho-educatie en gesprekstherapie vaak de voorkeur. Je arts zal samen met je afwegen wat voor jou de beste aanpak is, rekening houdend met de ernst van je klachten, je voorgeschiedenis en je persoonlijke voorkeuren.

Onthoud: het nemen van antidepressiva is geen teken van zwakte. Het is een medische behandeling voor een medische aandoening, net zoals insuline dat is voor diabetes.

Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld ter informatie en vervangt geen professioneel advies. Bij ernstige klachten, neem contact op met je huisarts of bel 113 Zelfmoordpreventie (0900-0113) of de Luisterlijn (0900-0767).

Veelgestelde Vragen

Gerelateerde Artikelen